123D Design

From ZB45 wiki

GEBRUIK van 123D Design

Het programma 123D Design vind je op de website van Autodesk. Hier kun je het programma gratis downloaden. Dit werkt voor Windows en Apple computers. Helaas niet onder Linux.

Dit programma wordt sinds januari 2017 niet meer geleverd door Autodesk.



Contents

PRIMITIVES

VORMEN OPBOUWEN / PRIMITIVES

===CUBE, SPHERE, CYLINDER, CONE en TORUS ===

Primitives more.png

Een vorm kun je samenstellen uit meerdere primitives en door deze te vervormen. Dat kan bijvoorbeeld door ze samen te voegen, van elkaar af te trekken, af te ronden of te halveren of te vermenigvuldigen.

PLAATSEN VAN DE VORMEN IN HET WERKVELD / MAAT VAN DE PRIMITIVES:

Een primitive selecteren in de balk bovenin, vóór het plaatsen kun je de grootte in typen (l,b,h, met TAB kun je naar de volgende waarde).

Primitive sizes 2.png

Plaats hem dan in het werkveld, door dáár in het werkveld te klikken waar je hem wilt plaatsen.

SNAP

Een volgend primitive plaatsen, deze zal willen SNAPPEN aan een ander primitive. Beweeg de vorm om een andere vorm heen om hem tegen de juiste zijde te laten snappen.

Primitive snap.png

GROUP WHILE SNAPPING

Het is handig om deze functie uit te zetten.

Group snap.png


VERPLAATSEN VAN OBJECTEN

Door objecten aan te klikken ontstaan er dialoogvensters onder het object, met hierin menu mogelijkheden. Deze bewerkingen vind je ook in de hoofdmenu balk boven in. Sommige bewerkingen zijn alleen te selecteren in de hoofdmenu balk.

ORIENTATIE

Rechter muis klik: Om het object heen te draaien.

Orientatie 2.png

De kubus rechts bovenin: Geeft aanzicht weer. HOME, het huisje naast de kubus.

Orientatie home.png

Kolom rechts: FIT, om de hele tekening weer in beeld te krijgen.

SNAP

1. Klik eerst op het hoefijzer

Snap.png

2. Klik dan op het vlak van een vorm dat je op een andere vorm wilt plakken.

3. Klik dan op dát vlak. Het zal de objecten dan plaatsen in het midden van het vlak. (Werkt niet voor een groep)

VERPLAATSEN van de VORMEN / TRANSFORM

Move rotate scale.png

Klik een object aan, dan verschijnt er een dialoogvenster met bewerkingsmogelijkheden. (MOVE/ROTATE,SCALE)

Primitive move dialoogvenster.png

MOVE - VERPLAATSEN

Klik op de pijlen om het object over die as te verplaatsen, type dan de waarde in of sleep het object in die richting.

Primitive move.png

ALIGN - OP EEN LIJN PLAATSEN

Align.png

Deze functie is alleen aan te roepen via de menubalk bovenin.

Klik op een object en houd CTRL in gedrukt terwijl je de andere objecten selecteerd die je op één lijn wil zetten.

Align2.png

Er verschijnt een grondvlak met punten, hiermee kun je bepalen op welke lijn ten opzichte vanelkaar te moeten komen.

Als je met je muis boven zo'n punt komt, krijg je een preview van waar de objecten dan komen.

Align3.png

Door het vinkje aan te klikken sluit je deze bewerking af.

Align4.png

VOORBEELD ALIGN

Align vb1.png

Om de cikel midden in het vierkant te plaatsen zet je de 2 objecten eerst met de middellijnen in elkaar, en dan ook met de middellijn in de hoogte.

Align vb1b.png Align vb1c.png

VERPLAATSEN RONDOM EEN ANDER OBJECT

Als je een object wil verplaatsen rondom een ander object. Bijvoorbeeld een cylinder rondom een bol.

1. plaats de cylinder met de SNAP functie tegen de bol: klik op hoefijzer icoon, klik op vlak om te snappen, klik op object waar naar het 'gesnapt' moet worden.

Snap bol.png Snap bol 2.png

2. Stel de grote cylinder moet aan de andere kant van de bol komen te staan. Klik op de grote cylinder, klik op het MOVE icoontje in het dialoogvenster, klik op START ORIENT, zodat daar een groen vinkje verschijnt.

Orient.png

3. Selecteer dan het object waaromheen je het andere object wil verplaatsen. En klik weer op het groene vinkje in het dialoogvenster.

Orient 2.png

4. Selcteer dan in het paskruis/rotatiepunt de gele punt in het vlak waarover je het object wil verplaatsen. Of vul een waarde in het dialoogvenster in.

Orient 4.png

5. klik op ENTER en de grote cylinder is bijvoorbeeld -180* verplaatst naar de andere kant van de bol.

Orient 5.png

ROTATE

Klik op de cirkel in het vlak waarin je het object wilt roteren, type dan het aantal graden of sleep het in die richting.

Primitive rotate.png

VERLEGGEN VAN HET ROTATIE PUNT

1. Om het rotatie punt te verleggen selecteer je het object, klikt op het MOVE icoontje in het dialoogvenster, klik op START ORIENT, zodat daar een groen vinkje verschijnt.

Rotatie punt.png

2. Beweeg je muis naar waar je het rotatiepunt wil verleggen, of houd je muis net buiten het object, en klik dan op een vlak, dan snapt het rotatiepunt naar het midden dat vlak. En klik weer op het groene vinkje in het dialoogvenster.

Rotatie punt 3.png

3. Selcteer dan in het paskruis/rotatiepunt de gele punt in het vlak waarmee je het object wil roteren. Of vul een waarde in het dialoogvenster in. En sluit deze handeling af met ENTER.

Rotatie punt 4.png

VERVORMEN van OBJECTEN

SCALE - UNIFORM en NON-UNIFORM

Uniform of Non-Uniform, vul de waarden in of sleep in de richting waarin het vergroot moet worden.

Primitive scale 2.png

SCALE - SMART SCALE

In de nieuwere versie van 123D Design is dit een uitgebreidere scale functie.

Smart scaling.png

Deze functie kun je kiezen in de menubalk bovenin.

Smart scaling2.png

Of je selecteerd deze functie in het dialoogvenster dat verschijnt als je heb object aanklikt.

Smart scaling3.png

Er verschijnen dan pijlen met afmetingen rondom het object, als je deze reaakt met de muis dan verschijnt er een dialoogvenster waar je een waarde kunt invullen.

Smart scaling3.png

Of je klikt op één van de punten van het grid en versleept deze tot de juiste afmeting is verkregen.

Met SHIFT in gedrukt bij het verslepen van de punten, schaalt het object proportioneel.

Let op: iedere onderbreking in het slepen wordt op geslagen en is een extra stap om het ongedaanmaken met ctrl-Z.

Smart scaling5.png

Deze functie sluit je af met ENTER of door het groene vinkje aan te klikken.

SELECTEREN en BEWERKEN

Door met de muis over de objecten te bewegen lichten objecten op, of binnen de objecte de vlakken of ribben.


OBJECTEN

Beweegt met de muis over de objecten en het juiste object aanklikken.

Selecteren objecten.png

Klik je op het object dan verschijnt er een dialoogvenster met bewerkingsmogelijkheden voor het hele object. (MOVE/ROTATE, SCALE)


VLAKKEN

Beweeg met de muis over de vlakken en ribben van het geselecteerde object en klik het juiste vlak aan.

Selecteren vlakken.png

Er verschijnt dan een rijtje icoontjes. (TWEAK, PRESS/PULL)


RIBBEN

Beweeg met de muis over de vlakken en ribben van het geselecteerde object en klik de juiste ribbe aan.

Selecteren ribbe.png

Er verschijnt dan een rijtje icoontjes. (TWEAK, FILLET, CHAMFER)


VORMEN BEWERKEN / MODIFY:

VLAK

selecteer een vlak:

TWEAK: klik op de cirkel waarin je het vlak wilt roteren, type dan het aantal graden of sleep het in die richting.

Bewerken vlak tweak.png


PRESS/PULL: vul de waarde in of sleep de pijl in de richting waarin het vlak hoger of lager moet worden.

RIBBE

selecteer een ribbe:

TWEAK: effect eigenlijk zelfde als bij een vlak

FILLET: afronding van de rand, vul waarde van de radius van de hoekrand in

Bewerken ribbe fillet.png

CHAMFER: afvlakking van de rand, vul de waarde in van de mm van de afgevlakte rand, deze afvlakking blijft binnen de maat van de vorm.

Bewerken ribbe chamfer.png

SAMENVOEGEN ONDERDELEN - COMBINE

Dit heb je nodig om een object te krijgen dat te printen is.


MERGE

1. Klik eerst op COMBINE - MERGE

Combine.png

2. Klik dan op de eerste vorm, klik dan op de volgende vorm(en).

Combine merge.png

3. ENTER. Nu is het één vorm.

Zorg wel dan de vormen met SNAP aan elkaar zitten, of het liefst iets in elkaar verzonken zijn.


SUBSTRACT

1. Klik eerst op COMBINE - SUBSTRACT

Combine.png

2. Klik dan op de eerste vorm, klik dan op de volgende vorm(en).

Combine substract.png

3. ENTER. Nu is het één vorm.

Combine substract 2.png

SAMENVOEGEN van OBJECTEN - CONSTRUCT

Onder CONSTRUCT in het menu in de bovenbalk, zit de functie LOFT.

LOFT - NEW SOLID

Loft.png

Hiermee kun je 2 (vlakke) vlakken van verschillende vormen met elkaar verbinden.

Let op: bij een bol vlak werkt dit niet. Hieronder heb ik daarom ook eerst een kant van de sphere afgevlakt.

Loft2.png

Kies in de bovenbalk de functie LOFT, hierna kun je kiezen of je een nieuw object wil vormen, de vormen wil samen voegen, of van elkaar aftrekken.

Loft5.png

Klik op het vlak van het ene object, klik op het vlak van het object waaraan je het wilt verbinden, en klik ENTER.

Loft6.png

LOFT - SUBSTRACT

Een andere mogelijkheid is de LOFT tussen twee vormen van een andere vorm aftrekken.

Loft substract.png

Kies dan SUBSTRACT om de vormen van elkaar af te trekken.

Klik op het vlak van het ene object, klik op het vlak van het object waaraan je het wilt verbinden, hierdoor ontstaat er een rode vorm, en klik ENTER.

Loft substract3.png

En de tussen liggende vorm wordt van het 3e object af getrokken.

Loft substract4.png

OPDELEN en VERMEERDEREN

OPDELEN van OBJECTEN - SPLIT SOLID

Om een vorm te splitsen heb je een hulp vorm nodig. Een SOLID, geen sketch.

1. Teken een bv kubus die groter is dan de vorm die je wil opdelen. Plaats hem zo waar je het origineel wil opdelen.

Vormen split.png

2. Kies in de bovenbalk MODIFY - SPLIT SOLID, selecteer de op te delen vorm, kies dan de hulp vorm.

Vormen positie.png

Vormen split solid.png Vormen split hulp.png

3. Klik op ENTER voor het resultaat.

4. Verwijder de hulp vorm. En je houdt de twee delen van je originele vorm over.

Vormen 2delen roteren.png

5. Plaats de vormen met MOVE en ROTATE uitelkaar en roteer ze 90* zodat ze vlak komen te liggen. Zo is deze vorm dan in 2 delen printbaar. Gebruik D (dump) om de vomen op het GRID te plaatsen.

Vormen 2delen dump.png


SPIEGELEN OBJECTEN en SKETCHES

SPIEGELEN OBJECTEN langs GRID

1. Klik het OBJECT aan

2. SPATIE

Mirror object6.png


SPIEGELEN OBJECTEN langs VLAK

1. Klik het OBJECT aan

Mirror object4.png

2. Klik op het vlak waar langs je wilt spiegelen

Mirror object5.png

3. SPATIE


SPIEGELEN en DUPLICEREN LANGS VLAK

1. Klik op het icoontje van PATTERN en MIRROR

Mirror.png

2. Klik in het dialoogvenster op 'Solid/s', selecteer het te spiegelen object.

Mirror object.png

3. Klik in het dialoog venster op Mirror plane, selecteer het vlak waarlangs je het object wilt spiegelen.

Mirror object2.png

4. Het programma dupliceert dan het object terwijl hij het spiegelt. En maakt hier één object van.

Mirror object3.png

SPIEGELEN SKETCH langs een LIJN

1. Klik de SKETCH aan, klik dan op MIRROR icoon in dialoogvenster.

Mirror sketch.png

2. Klik in het dialoogvenster op sketch entities, selecteer de te spiegelen lijnen of punten

Mirror sketch2.png

3. Klik in het dialoog venster op Mirror line, selecteer de lijn waarlangs je de andere lijnen wilt spiegelen.

Mirror sketch4.png

4. Het programma dupliceert dan de lijnen en punten terwijl hij het spiegelt.

[[File:Mirror sketch5.png | x400px]


SPIEGELEN OBJECT langs hulp LIJN

1. Klik op het icoontje van PATTERN en MIRROR

Mirror object lijn.png

2. Klik in het dialoogvenster op Solid/s, selecteer het te spiegelen object.

Mirror object lijn2.png

3. Klik in het dialoog venster op Mirror plane, selecteer de hulp lijn.

Mirror object lijn3.png

4. Het programma dupliceert dan het object langd het vlak van de hulp lijn.

Mirror object lijn4.png

Meer manieren van spiegelen onder een hoek onder hoofdstuk PATTERN.

VORMEN OPBOUWEN: SCHETSEN

Sketch.png

SKETCH: 2D tekenen van GEOMETRISCHE VORMEN

Geometrische vormen: de grootte kun je intypen in het dialoogvenster.

Sketch 2a.png

==SKETCH: 2D tekenen van POLYGOONLIJNEN=='

Polygoonlijnen: vector lijnen tekenen uit de losse hand.

Sketch 3a.png


EXTRUDEREN van SKETCHES

De geschetste vormen extruderen tot 3D objecten. De schets zelf blijft ook staan.

Sketch extruderen a.png


Hide/show Sketches en Solids

De schets van geextrudeerde vormen blijven staan. Hide/show Sketches en Solids

Sketch hide.png

TEXT

TEXT TYPEN EN FONT

Tekst.png

1. Tekst typen in het dialoogvenster. Kies hier ook het lettertype, dan OK. Dit geeft een 2D schets van de tekst op het grid.

EXTRUDEREN schets naar 3D

1. Extruderen schets naar 3D.

Tekst schets.png

2. De letters vormen dan samen een geheel, om dit op te breken kies je bij COMBINE het laatste icoontje SEPARATE.

Tekst groeperen.png

Tekst extruderen.png

3. De losse letters weer te behandelen als objecten, met vlakken en ribben.

Tekst fillet.png

TEKST OP EEN VLAK OBJECT

Stel ik wil een tekst op een rechthoekig blok.

1. Teken het blok, klik op het TEXT icoontje in de bovenbalk.

Tekst op blok.png

2. Beweeg je muis over het vlak waarop je de tekst wil zetten. Je ziet dan het grid kantelen naar dat vlak. Klik het vlak aan.

Tekst op blok 2.png

3. Bepaal de tekst postitie, en type de tekst in het dialoogvenster, kies het lettertype, de grote, etc.

Tekst op blok 4.png

4. Na het typen van de tekst kun je nog steeds de tekst postitie veranderen. En klik op OK.

Tekst op blok 5.png

5. De tekst staat nu als een schets op het blok, deze licht oranje op als je het selecteerd. Er verschijnt weer een dialoogvenster waarin je nog steeds kan kiezen om in de tekst te typen, het te verplaatsen of te extruderen.

Tekst op blok 6.png

6. Kies voor het extruderen. In het dialoogvenster kun je dan kiezen voor de bewerking bij het extruderen: of er een nieuw object moet onstaan (standaard), of dat het moet samenvoegen met het andere object, of ervan af. Dit verkrijg je ook door het pijltje te verslepen, of door een positieve of negatieve waarde in te voeren.

Tekst op blok 7.png

Bij een positieve waarde komen de letters op het blok:

Tekst op blok 8.png

Bij een negarieve waarde komen de letters in het blok:

Tekst op blok 9.png Tekst op blok 10.png

Zet in de rechter balk bij het icoontje SHOW/HIDE de SKETCHES uit. Dan zie je duidelijker het resultaat:

Tekst op blok 11.png

TEKST OP EEN ROND OBJECT

Als een tekst geextrudeerd is, worden de letters afzonderlijke objecten. Deze kun je groeperen en dan als geheel verplaatsen. Maar als je de tekst met SNAP op een ander object wil plakken dan plakt het programma ineens alle letters los van elkaar op het zelfde punt. En staan ze dus over elkaar heen.

Om een woord te verplaatsen moet je dus de letters afzonderlijk bewerken.

Hieronder een manier om een woord op het ronde vlak van een cylinder te plakken.

1. Teken een cylinder zo groot dat de tekst erop past. Teken ook een blok als hulpstuk.

2. Selecteer het TEXT icoon in de bovenbalk, klik op een verticaal vlak van het blok, zodat het grid kantelt en bepaal de tekst positie.

Tekst op cylinder 1.png

3. Type de tekst in het dialoogvenster, kies het lettertype, de grote, etc. En verwijder het hulp blok.

Tekst op cylinder 2.png

4. Extrudeer de tekst, het woord is nu opgedeeld in losse letters, en HIDE de sketch.

Tekst op cylinder 3.png Tekst op blok 10.png

5. Zet in de rechter balk GROUP WHILE SNAPPING uit. Selecteer het hoefijzer icoon in de bovenbalk om de letters op de cylinder te SNAPPEN. Selecteer de achterkant van de eerste letter en klik op het ronde vlak van de cylinder. De letter snapt dan tegen het 'beginpunt' van de cylinder.

Tekst op cylinder 4.png Group snap.png

6. Klik op de cylinder, en het MOVE icoon in het dialoog venster. Selecteer de gele punt in het horizontale vlak om de 'beginpunt' van de cylinder 10* te verdraaien. Omdat GROUP WHILE SNAPPING uit staat draait alleen de cylinder en niet de letter.

Tekst op cylinder 5a.png

7. Herhaal punt 5. en 6. tot het hele woord op de cylinder staat.

Tekst op cylinder 6.png

GROEPEREN / GROUPING

1. Klik eerst op GROUP (– UNGROUP)

Grouping.png

2. Klik dan op de eerste vorm, klik dan op de volgende vorm(en). (bijvoorbeeld losse letters van een woord)

3. Enter

PATTERN

Om een herhaling van een vorm te maken, in een (deel van een) cirkel of langs een pad.

Pattern.png

CIRCULAR PATTERN

1. Klik op het icoontje van PATTERN en CIRCULAR PATTERN

Pattern circular.png

2. Klik op het object dat je wil vermeerderen in een patroon.

Pattern circular solid.png

3. Klik op een vlak of ribbe waarlangs je de vermeerdering van de vorm wil plaatsen.

Pattern circular axis.png

4. Vul het nummer in om het aantal vormen te krijgen, of versleep de pijltjes tussen de vormen om er meer of minder te krijgen.

Pattern circular aantal.png

5. Klik op Enter voor het resultaat.

Pattern circular result.png

PATH PATTERN

1. Klik op het icoontje van PATTERN en PATH PATTERN

Pattern1b.png

2. Klik op het object dat je wil vermeerderen in een patroon.

Pattern2.png

3. Klik op een vlak of ribbe waarlangs je de vermeerdering van de vorm wil plaatsen. Teken eventueel een hulplijn of schets om het pad te bepalen.

Pattern2.png

4. Je hebt dan de keus om de vermeerdere vormen gelijk te laten aan de positie van het origineel (IDINTICAL), of om de positie van het origineel mee te laten buigen met het pad (PATH DIRECTION).

Pattern path2.png

5 Gebruik de <|> pijltjes om het origieel te vermeerderen of vul een aantal in, en gebruik de andere pijl om te bepalen tot waar de vermeerdering verdeeld wordt over het pad.

Pattern path5.png

6. Klik op Enter voor het resultaat.

Voorbeeld van een PATH PATTERN IDENTICAL:

1. Klik op het icoontje van PATTERN en PATH PATTERN

2. Klik op het object dat je wil vermeerderen in een patroon.

Solid pattern id.png

3. Klik op een vlak of ribbe waarlangs je de vermeerdering van de vorm wil plaatsen. Teken eventueel een hulplijn of schets om het pad te bepalen.

4. Kies dan IDINTICAL

Solid pattern id.png

5 Gebruik de <|> pijltjes om het origieel te vermeerderen of vul een aantal in, en gebruik de andere pijl om te bepalen tot waar de vermeerdering verdeeld wordt over het pad. Je ziet nu dat de vermeerdere vormen in dezelfde positie blijven staan als het origineel.

Solid parts id.png

6. Klik op Enter voor het resultaat.

SPIEGELEN LANGS AS - MIRROR PLANE

1. Om een MIRROR PLANE te creeeren, teken je eerst een hulplijn met SKETCH en POLYLINE.

Mirror groep1.png

2. Om de hoek van de spiegel (MIRROR PLANE) te bepalen, roteer je de hulp lijn. Klik op TRANSFORM in de bovenbalk, kies MOVE/ROTATE en vul de waarde van de hoek in het dialoogvenster in. (Let op: je ziet niet dat de lijn geroteerd is, dat zie je pas als je de lijn selecteerd als MIRROR PLANE)

Mirror line.png Mirror line 90gr.png

3. Bij het spiegelen van een groep, klik je eerst op de groep om deze te selecteren, dan klik je op PATTERN en MIRROR.

Mirror groep1.png

4. Select MIRROR PLANE in het dialoogvenster. (De SOLID/S had je al geselecteerd als groep voor je de bewerking koos)

Mirror line select.png

5. Bij het selecteren van de hulplijn, licht een rood vlak op (onder de hoek die je eerder hebt ingevoerd), en de groep dupliceerd en spiegeld lang dat vlak. In voorbeeld hieronder was de hulplijn 90* geroteerd.

Mirror grip.png

In voorbeeld hieronder was de hulplijn 90* geroteerd.

Mirror plane 30gr.png

6. Klik op ENTER voor het resultaat.


HANDIGE FUNCTIES

SHOW/HIDE SKETCHES en SOLIDS

Met deze functie kun je tijdelijk de sketches óf solids verbergen of juist tonen.

Tekst op blok 10.png

'?' - SHORT KEYS

Onder het '?' rechts bovenin

Hierin zit een link naar de SHORTCUT KEYS (ook F1). Maar deze kun je alleen als window openen, en moet je eerst weer sluiten voor je verder kunt tekenen.

'D' - OP GRID PLAATSEN

Een object weer op het GRID plaatsen doe je door het object te selecteren + D. Dan valt het object weer op het GRID. (Dump)

Ctrl+C - Ctrl+V

Om een object of groep objecten te kopieren gebruik je Ctrl+C - Ctrl+V. De gekopieerde object(en) worden over het origineel heen gezet. Er verschijnt een paskruis van de MOVE functie om de kopie te verplaatsen.

Ctrl+Z

= Undo

DROPDOWN MENU

Links bovenin onder 123D Design logo zit een dropdown menu met SAVE, EXPORT STL, INSERT, IMPORT SVG

Dropdown menu.png

SAVE / EXPORT

Gebruik dan SAVE TO MY COMPUTER om bestande op je computer op te slaan, dan kun je er altijd bij.

SAVE TO MY PROJECTS is opslaan op de server van 123D Design, en kun je er alleen bij als je online bent en staat het publiek toegankelijk.

EXPORT STL om het object op te slaan om daarna te openen in CURA om te printen.

INSERT

Om bijvoorbeeld een .stl te importeren. Een .stl is te bewerken door het met andere vormen te combineren met Merge of Substract. En dan weer te exporteren als .stl. Dat lukt alleen als de orriginele .slt niet al te complex is.

Als het mergen of substracten niet omdat de .stl te groot is kun je het ook bewerken door er andere 123D vormen of samenstellingen van vormen bij te tekenen. Je kunt het dan weer exproteren als .stl. Dan krijg je de vraag 'Wil je de objecten samen voegen voor een 3D print?' Antwoord dan ja en je krijgt een te 3D printen .stl.

IMPORT SVG

Om een .svg bestand (2D vectorbestand, Inkscape of Illustrator) te importeren. Dit werkt alleen goed met enkele vormen, die rondom gesloten zijn.